ESTHER APPEL

Amsterdam 22.5.1918 - 12.4.1945 Bergen-Belsen
In weeshuis: 10.12.1929 - 01.09.1936 (6.8 jaar: van 11.6 tot 18.3 jaar)
Gedeporteerd: [niet in Westerbork-kartotheek]

Ouders:
Barend Appel
Amsterdam 23.4.1884 - 7.12.1942 Auschwitz*
Gedeporteerd: 4.12.1942
Maria de Groot
Amsterdam 30.10.(?)1885 - 28.1.1923 Amsterdam

Broers en zusters:
Simon Appel
Amsterdam 21.8.1908 - 9.7.1943 Sobibor
Jesaya Appel
Amsterdam 20.10.1910 - [niet in I.M. en W.b.k.]
Amalia Appel
Amsterdam 18.8.1912 - [niet in I.M. en W.b.k.]
Salomon (Sam) Appel
Amsterdam 24.5.1915 - 9.4.1943 Sobibor
Eva Appel
Amsterdam 29.9.1916 - 4.6.1943 Sobibor [niet in W.b.k.!]

Esthers moeder overlijdt in april 1923, als Esther vier is. Van de zes kinderen blijft alleen de een-na-jongste, Sam, thuis bij z'n vader. Vier kinderen gaan (tussen februari en juli 1923) naar pleegouders, maar Esther, de jongste, wordt een half jaar na de dood van haar moeder opgenomen in het Nederlandsch-Israelietisch Oude Mannen-, Vrouwen- en Ziekenhuis in de Nieuwe Kerkstraat. Ze blijft er bijna vier jaar; in maart 1927 keert ze terug naar haar vader.

In 1929 is in elk van de twee centrale joodse weeshuizen in den lande plaats voor een kind van het gezin: de jongste van de drie zoons, Sam, gaat in april naar Utrecht (waar hij tot november 1933 blijft); Esther, de jongste van de drie meisjes, komt in december naar het nieuwe gebouw van het Leidse weeshuis. Beide kinderen blijven er tot na hun achttiende verjaardag.

Tijdens haar eerste jaar in Leiden schrijft Esther vier brieven naar Betsalel (31.7, 14.8, 4.9 en 18.9.1930 gepubliceerd); zij is daarmee een van de actiefste schrijfsters in het weeshuis. Uit De Honds reactie op haar eerste brief: 'Ze lag in het ziekenhuis, daarom is ze pas in de vierde klas. [Ze is dan twaalf, dus door haar ziekte twee jaar achterop geraakt.] Och, dat pientere meisje, dat zóó mooi en zóó foutloos schrijft en zóó goed de raadsels oplost, zal haar schade heel makkelijk en gauw inhalen.' - Mevrouw De Wind herinnerde zich dat Esther een heupziekte had gehad, geopereerd was en daardoor een beetje mank liep. - In haar laatste brief vertelt Esther dat Annie Simons een vriendinnetje van haar is.
Als Esther in sept. 1936 het weeshuis verlaat, gaat ze naar de 'Jozeboko' (Joodse Zee- en Boskolonie) in Wijk aan Zee, waar Mimi Weiman dan hoogstwaarschijnlijk net weg is. - In 1941 is ze kookster in het Amsterdamse Jongensweeshuis. Bij haar bezoeken aan het Leidse weeshuis neemt ze brieven voor Daniël de Vries mee van diens zus Marietje, die in het meisjesweeshuis in Amsterdam woont, en zijn brieven voor zijn zus. - Ze is één van de drie Leidse weeshuiskinderen die voorkomen in de krant van het Amsterdamse jongenshuis, Hineni. Op de lijst voor de Zentralstelle staat ze samen met de broers Andries en Hijman Cohen en Victor Wittenburg, jongens met wie ze eerder in het Leidse weeshuis had gewoond Esther is niet getrouwd geweest. - Merkwaardigerwijs kon ik haar niet terugvinden in de Westerbork-kartotheek. - Van het gezin overleven alleen broer Jesaya en zus Amalia de oorlog.