SIMON KORPER

Amsterdam 22.4.1939 - 21.5.1943 Sobibor
In weeshuis: 17.10.1941 - 03.3.1943 = ca. 1.4 jaar (van 4.5 tot ca. 5.9 jaar)
Gedeporteerd: 18.5.1943

Vader
David Korper
Amsterdam 31.1.1915 - 1.8.1941 Mauthausen
Moeder
Klara van der Kar
Rotterdam 30.6.1910 - 21.5.1943 Sobibor
Gedeporteerd: 18.5.1943
Zusters:
Eva
Amsterdam 22.11.1934
Hendrika
Amsterdam 8.12.1935

Op 18.5.1943 wordt nog een tweede gezin Korper (uit Amsterdam) gedeporteerd met jonge kinderen, waarschijnlijk van een broer van Simons vader (Hartog, Amsterdam 19.4.1907 en Bloeme Nebbig, 25.7.1908)

Van alle weeshuiskinderen waren alleen Simon Korper en de broers Engelschman kinderen van een weeshuiskind; zij hadden een ouder die ook in het weeshuis genoemd wordt; Klara van der Kar woonde er met haar oudere zus Sientje meer dan 11 jaar, van 18.1.1915 tot 7.7. 1926.

Simon komt in het weeshuis 2,5 maand nadat zijn vader in Mauthausen om het leven is gebracht.
Hij hoort tot de groep van 12 kinderen die ouders, familie of het verzet vanuit het weeshuis hebben laten onderduiken.

Mogelijk was de Barend Korper die in het Amsterdamse Jongensweeshuis woonde (Amsterdam 24.1.1929) Simon's neef. Barend werd tegelijk met Simon en zijn moeder naar Sobibor gedeporteerd.