De geschiedenis van het Joods Weeshuis te Leiden

Hoe de Toevlucht voor het Kind eindigde in het drama van 17 maart 1943

Rond 17 maart 1943

Naar vorige pagina

Weigering onderduiken
Door diverse Leidenaren is in de oorlogsjaren getracht Nathan Italie het dreigend gevaar te doen inzien van een ontruiming en deportatie. Italie bleef echter tot het laatste fatale moment weigeren in te gaan op aanbiedingen om diverse kinderen te laten onderduiken: hij wilde het weeshuis bij elkaar houden en zijn verantwoordelijkheid niet uit handen geven aan vreemde, niet-Joodse families. In het bijzonder valt hierbij de rol op van de heer Hyme Stoffels en zijn vrouw, die in een huis woonde aan de Cronesteinkade, vlak naast het weeshuis. Dit echtpaar heeft in de oorlog verzetsactiviteiten ondernomen, onderdak geboden aan Joodse onderduikers en op allerlei manieren de familie Italie terzijde gestaan. Zo heeft de familie Stoffels veel moeite gedaan om enkele wezen aan een 'G 1-verklaring' te helpen. Dit lukte als kon worden aangetoond dat een kind een niet-Joodse vader had. Een van de oudere meisjes (Betsy Wolff) is op die wijze bij de familie Stoffels komen inwonen als dienstmeisje.

De ontruiming
Met een naderende ontruiming werd rekening gehouden: rugzakken met kleding en schoenen stonden al enige tijd klaar in het weeshuis.
De heer Stoffels had van een omgekochte Obersturm-führer vernomen dat treinen voor Leiden in het voorjaar van 1943 gereed waren voor transport van Leidse Joden. Via via kwam het bericht dat dit op 17 maart ging gebeuren. Vanuit het verzet werd een dag eerder een informatieploeg geformeerd om de Leidse Joden te waarschuwen. Verschillende van hen doken onder. Van twee politieagenten is bekend dat zij de avond ervoor het weeshuis hebben gewaarschuwd.
Op de avond van 17 maart was het zover. Diverse gezinnen probeerden met de mededeling voor het raam dat er een besmettelijke ziekte zou heersen, de Duitsers van ontruiming te weerhouden. Men wist dat zij hier als de dood voor waren. Het Joods weeshuis droeg de tekst 'schurft'. Maar het bleek geen effect te hebben: de gehele ontruiming en het transport naar het station werden uitgevoerd door ca 25 Nederlandse politieagenten; er was ook Grüne Polizei De operatie stond onder leiding van de bekende Duitser Fischer (één van de 'Drie van Breda'), die persoonlijk aanwezig was. Hoofdinspecteur P.W. van de Wal weigerde leiding te geven aan de operatie. Hij werd gearresteerd en korte tijd later ontslagen. Tenminste één andere agent (O.P. Rozemeijer) weigerde eveneens mee te werken. Hij werd later gearresteerd en is 1945 in Buchenwald om het leven gekomen. Een enkel kind dat toevallig van elders die avond bij het weeshuis thuis kwam, werd door een buurvrouw of een agent toegefluisterd snel weg te lopen. Maar niemand heeft dit gedaan. De kinderen, ook de oudsten, waren niet rijp gemaakt voor verzet.

De politie trof in het weeshuis 60 van 74 mensen aan die ze volgens een half februari opgestelde lijst verwachtten: 51 kinderen en negen personeelsleden. Een aantal bewoners was tijdig ondergedoken. Niet allen van hen hebben de oorlog overleefd. (De aantallen verschillen naar gelang van de periode waar je naar kijkt.) Een groep met de kleinste kinderen is met een bus van de firma Eltax naar het station gebracht. De rest ging lopen, via de Breestraat. De weeskinderen moesten met hun begeleiders in een aparte wagon plaats nemen. In de trein was geen bewaker te bekennen. Er werd kennelijk op vertrouwd dat niemand een ontsnappingspoging zou doen.

We houden ons flink
Pas in de trein sloeg de paniek en het verdriet toe. Tegelijk probeerde men elkaar moed in te spreken en de kleinsten gerust te stellen. De volgende dag vond een vriendin van één van de oudere Joodse meisjes een briefje dat uit de trein was gegooid. Daarop stond: "We houden ons flink. Ik zing, terwijl het binnenin me huilt."
De familie Stoffels ontving geregeld van een kind of volwassene een brief uit kamp Westerbork. Daarin werd onder andere om levensmiddelen gevraagd.

Op vier na zijn alle Joodse kinderen en personeelsleden, na een tussenverblijf in kamp Westerbork, om het leven gekomen in een Duits concentratiekamp.

Naar het overzicht van alle weg gevoerde mensen

Naar volgende pagina