Fotoalbum Levisson, foto 01

De trots van het gebouw

Ja, zo mag het wel genoemd worden, de ruime speelzaal midden aan de achterzijde van het gebouw, die met een forse erker in de tuin was uitgebouwd. Grote ramen op het zuiden, die door deze mooie vondst van architect Buurman de zon van 's morgens vroeg tot, ook hartje zomer, haast het einde van de dag opvingen - het al te felle licht getemperd door de vitrages. Maar zelfs in de winter zal het goed spelen zijn geweest voor de kleintjes - dit was hun domein! - op de glad geboende blauwe linoleumvloer: het hele gebouw had centrale verwarming.

Die kleintjes hadden het goed in het huis. Het bestuur gaf blijk van opvoedkundig inzicht: na wat deze jonge kinderen vaak al hadden meegemaakt vóór ze werden opgenomen, gunde men hen de rust en de continuïteit van een zo lang mogelijk verblijf 'thuis'. Ze hoefden (of mochten) niet naar de kleuterschool - maar ze kregen wel een kleuterjuf En die kinderjuffrouw was áltijd een christelijke (of in elk geval niet-Joodse) jonge vrouw. Alsof de regenten, in het besef dat de Joden maar een zeer kleine minderheid in Nederland vormden, de kinderen op deze meest gevoelige leeftijd al wilden laten wennen aan hun latere, vaak toch grotendeels christelijke omgeving. Joodse werkgevers, om maar eens wat te noemen, waren er al heel weinig. Christelijke juffen dus; we zullen er verderop nog één ontmoeten.

Wat een ruimte, wat een speelgoed. Een reuze-olifant van pluche, boerderijdieren, blokkenwagen, poppenbedje, keukentje. Jammer alleen dat de kinderjuf er niet op staat, en dat het ondanks al mijn pogen niet gelukt is de foto te dateren en een aantal kinderen met zekerheid te herkennen. Wel moet het beginjaren dertig zijn - en het jongetje rechts, naast de olifant, die zo weg kijkt, zou zeer goed Hans Kloosterman kunnen zijn. Zijn allereerste herinnering - hij kwam naar het weeshuis toen hij twee jaar en negen maanden was - is dat hij bij een juffrouw op schoot zat aan een zeskantige tafel, in de speelzaal. 'Later ontdekte ik dat er banken waren om spullen in te stoppen. Deze banken waren langs de buitenkant van de kamer, waar onze kinderjuffrouw al het speelgoed aan het eind van de dag indeed, om het er de volgende dag weer uit te halen. Het heeft een hele tijd geduurd voordat ik begreep dat die kleine en grote deurtjes kastjes waren voor de schoolkinderen.' Over die kastjes horen we later. Op de foto heeft Hans (als hij het is) dat van achteren dichtgeknoopte schortje aan dat veel kleine kinderen in het weeshuis droegen. Want het moet u opgevallen zijn: in het Joodse weeshuis van Leiden hadden ze geen uniformen! Dat had men hier al in 1919, nog in het oude huis aan de Stille Rijn, afgeschaft - en daarmee liep het Centraal Israëlietisch Wees- en Doorgangshuis voorop in het land.

Leonard Kasteleyn